Home
Doelstelling van de werkgroep Terug naar Batouri


Onze eerste reis naar Batouri (Oost-Kameroen) in januari 1999 heeft veel indruk gemaakt.
Wat ons opviel waren de gastvrije, vriendelijke mensen die zo trots zijn op hun land. 
Kameroen is op vele plaatsen schitterend mooi. Het land grenst in het zuiden aan het Equatoriale regenwoud waar je nog grote mensapen zoals laaglandgorilla‘s en chimpansee’s aantreft.

Maar er waren ook minder positieve indrukken: het schijnbaar niet aflatende leegkappen van datzelfde regenwoud met ingrijpende consequenties voor mensen, natuur en dieren.
In bepaalde gebieden zijn delen van het oerwoud totaal vernield achtergelaten door (meestal buitenlandse) houtexploitanten. Alleen kostbare oude bomen zijn meegenomen. Andere bomen en struiken zijn ontworteld en liggen verspreid over gigantische gebieden. Waar de grote schaduwbomen (zoals de Moabi), die met hun gigantische kruinen het dak van het regenwoud vormen, verdwenen zijn, komt nu te veel zonlicht in het bos. Tere struiken en grondplanten waar kleine dieren en insecten van leven, verdrogen en verbranden. In razend  tempo worden de open plekken in het woud overwoekerd door ondoordringbaar, alles verstikkend struikgewas. De pygmeeën, sinds eeuwen bewoners van het bos, zijn op vele plaatsen noodgedwongen langs de weg gaan wonen omdat leven in de bossen voor hen onmogelijk is geworden.

Mensen in afgelegen gebieden voegen zich voortdurend naar de natuur en het klimaat.
Met onze ogen bekeken, kosten zelfs de meest  voor de hand liggende dagelijkse werkzaamheden enorm veel energie.

                  


Zware lasten brandhout zijn nodig om te kunnen koken. Water wordt uit een afgelegen put gehaald. 
In de plaatselijke rivier wordt gewassen. De was wordt over heggen en struiken gehangen om te drogen. Er is geen elektriciteit. Voor medische verzorging moet je soms uren reizen. 
Het lijkt ook alsof het meeste werk door vrouwen en kinderen gedaan wordt. Kinderen slepen met zware emmers water en dragen gigantische stammen brandhout op hun hoofd. Vrouwen lopen met hun baby’s op de rug, soms urenlang, naar hun veldje, met in beide handen gereedschap.

We realiseerden ons ineens hoeveel invloed leefwijze op denkpatronen heeft.

Bij ons doen machines met een druk op de knop het meeste werk.
Wij denken geautomatiseerd; zijn doorlopend aan het plannen; technische oplossingen aan het bedenken; programma’s voor lange termijn aan het maken; situaties rationeel aan het berekenen. Alles in een bepaald tempo. Liefst snel.

Zij hebben geen computer en geen telefoon. Hun hoofdtaak is de zorg voor het gezin; het bewerken van de akkers; het hoeden van vee en het bereiden van voedsel. Blijdschap als de verkoop op de markt meevalt; het schoolgeld van de kinderen betaald kan worden; als iedereen gezond blijft.
Hoop dat de zon en de regen elkaar in het juiste tempo afwisselen zodat de oogst goed is.
Morgen zijn er andere zorgen. 



Pindaoogst


Een structurele inkomstenbron is er niet in afgelegen gebieden. Er is geen industrie en de slechte infrastructuur maakt het moeizaam om (landbouw)producten van A naar B te transporteren. Op vrijwel alle wegen zie je mensen met enorme lasten slepen, soms kilometers ver. 
Busjes, de zogenaamde bushtaxi’s, zijn overladen. Zij stoppen niet.

We leven in Batouri tussen de plaatselijke bevolking. Soms is er dagenlang geen elektriciteit in de stad. Daardoor werken ook de waterpompen niet.
Met de emmer wordt het benodigde water dan uit de put gehaald.
Bij ons eerste bezoek was er verwondering, verbazing, verbijstering. We realiseerden ons toen dat je met een beetje hulp veel zou kunnen veranderen.
En voordat we er erg in hadden zaten we midden in een aantal
projecten...

Van de mensen in Kameroen verwachten wij eigen inzet. Wij willen gelijkwaardige partners zijn en geen liefdadigheidsorganisatie; geen zogenaamde noodhulp bieden. Ons streven is structurele hulp.
Beide partijen leveren -  ieder op eigen wijze - een bijdrage. Met wederzijds respect waarbij religieuze -,  politieke- of etnische achtergrond voor ons geen rol speelt.

In de loop der jaren hebben zich ook onze familieleden, vrienden en kennissen ingezet voor projecten. Vol enthousiasme en onvoorwaardelijk. De leden van ADEFKA Nederland hebben een onschatbare morele en materiele bijdrage geleverd aan de vrouwenorganisatie ADEFKA Kameroen.
Twee Nederlandse ADEFKA leden zijn inmiddels met ons meegereisd en één van hen begeleidt ons nu voor de derde keer. In januari 2006 reizen ook twee andere vrouwen met ons mee. 

 


Veel mensen uit Batouri en omgeving zijn in de loop der jaren eerder familie dan vrienden van ons geworden. Het is steeds weer feest als we elkaar terug zien.
We merken dat er vooruitgang is en dat hun leefomstandigheden verbeteren.
Zij zeggen dat wij hen stimuleren, moed en kracht geven.
Wij vinden dat het juist andersom is.

In Nederland hebben wij Pater Harrie van Loon ontmoet. In 2001 besloten we om samen te werken. Pater van Loon werd onze raadgever en penningmeester. Tot zijn overlijden op 19 april 2010 beheerde hij donaties en regelde financiële transacties  tussen Nederland en Kameroen. Wij zijn dankzij Harrie als groep ook volwassen geworden en moeten nu, noodgedwongen, zonder zijn advies verder. De Congregatie van de H. Geest heeft de functie van penningmeester overgenomen, zodat wij ons voor 100% op de projecten kunnen richten.

Na een aantal jaren heen en weer reizen maakt zich bij ons een vreemd soort heimwee kenbaar. Als we langere tijd in Kameroen zijn verlangen we terug naar huis.
Weer thuis in Nederland verlangen we naar Kameroen.
Het was daarom niet moeilijk om een passende naam voor onze werkgroep te vinden.

  Terug naar Batouri

Tekst:      

Selma Forotti

Datum:      

8 augustus 2010

Zie ook:      

Ontstaan van de werkgroep