Home > Projecten en activiteiten > Vrouwenorganisatie ADEFKA
Vrouwenorganisatie ADEFKA


Doelstelling

ADEFKA is een afkorting voor: Association pour le DEveloppement des Femmes de la KAdey. ADEFKA is in 2000 opgericht door Mevrouw Nicole Adjibolo (Yaoundé) en telt op dit moment, verdeeld over Oost-Kameroen, ca. 1.000 leden.

Om lid te worden van ADEFKA betalen de Afrikaanse vrouwen omgerekend € 1,50 per maand. Dit geld wordt gespaard  voor dringende hulp en is een soort verzekering bij ziekte of een operatie. Ook in andere situaties kunnen vrouwen beroep doen op ADEFKA. Als een moeder bijvoorbeeld het schoolgeld van haar kinderen niet kan betalen of als een vrouw een eigen bedrijf(je) wil beginnen, kan zij geld lenen bij ADEFKA. Van haar wordt wel verwacht dat zij het geleende geld terugbetaalt in termijnen die voor haar mogelijk zijn.


Organisatie

De groepen van ADEFKA zijn opgedeeld in zogenaamde ‘cellules’. De hoeveelheid vrouwen per cellule varieert sterk. Elke cellule heeft een eigen bestuur. Dit bestuur legt verantwoording af aan het hoofdbestuur.

Vrouwen uit alle bevolkingsgroepen en met verschillende opleidingen zijn lid van ADEFKA. De leden van ADEFKA hebben een gezamenlijk doel: elkaar helpen en elkaar steunen. 

Er zijn vrouwen die op hun vakgebied (bijvoorbeeld vroedvrouw, gezondheidszorg, voeding etc) lessen geven aan vrouwen in afgelegen gebieden. Er zijn voorlichtingsbijeenkomsten over hygiëne, Aids-preventie,  landbouw, emancipatie etc. maar ook over bedrijfsvoering.

De verschillende cellules beheren eigen projecten en zijn daarvoor zelf verantwoordelijk. Zo hebben vrouwen gezamenlijke akkers waarop ze maïs, maniok, pinda’s etc. verbouwen. De vrouwen zorgen er ook voor dat de producten op plaatselijke markten verkocht worden.

Bij hun werkzaamheden worden werkroosters gehanteerd. Wie meer werkt ontvangt ook een groter deel van de opbrengst. Dit systeem werkt naar ieders tevredenheid.  

Leven en werken

Het gebied van de Kadey is één van de armste gebieden van Kameroen. Na een bezoek aan Kameroen in 2001 raakte ik onder de indruk van de wijze waarop veel Afrikaanse vrouwen leven en werken. Ik bezocht een aantal nederzettingen in de savanne en het oerwoud, hun woonhuizen, kleine plantages en akkers. Vooral het werk op de akkers is moeizaam. Vrouwen slepen zware lasten op hun hoofd, hun baby op de rug gebonden, in de handen de werktuigen om de grond te bewerken. 

Bij tropische temperaturen moeten ze soms kilometers lopen om op de plaats van bestemming te komen. De infrastructuur is slecht. In het droge seizoen is er veel stof en gedurende het regenseizoen zijn de paden vaak glad en onbegaanbaar. Er zijn geen geasfalteerde wegen  en er is praktisch geen openbaar vervoer.

Oprichting ADEFKA Nederland

Na terugkeer besloot ik ADEFKA Nederland op te richten met als doel ADEFKA Kameroen te helpen. Op dit moment telt de Nederlandse groep ca 80 donateurs, zowel vrouwen als mannen. Natuurlijk is iedereen welkom die zich hierbij aan wil sluiten. Het in Nederland bijeengebrachte geld wordt in Kameroen, in overleg met de Afrikaanse vrouwen,  geïnvesteerd. Op hun verzoek hebben wij sinds 2002 het volgende gereedschap aangeschaft:

  • 17 transportwagens op twee wielen (zogenaamde pousses)

  • 32 daba’s (soort houweel)

  • 32 harken

  • 71 machetes plus vijlen

  • 11 kruiwagens

  • 4 maïsmolens

In 2003 benoemde ADEFKA Kameroen mij tot Erepresidente.

Maïsmolens

De Afrikaanse vrouw is dagelijks uren bezig met het stampen van maïs of maniok, het hoofdvoedsel. Om ook een inkomen te hebben als de oogst een jaar tegenvalt, hadden de vrouwen een grote maar voor hen onbetaalbare wens: motor-aangedreven maïsmolens. Voor eigen gebruik maar ook om tegen betaling maïs en maniok voor derden te malen,  in hun dorp en op markten in de omgeving. Een maïsmolen maalt in slechts enkele minuten een grote schaal maïskorrels tot meel. Een enorme tijdwinst.

De meest actieve groepen van ADEFKA Kameroen kregen van ons elk een maismolen. In totaal 4 stuks. De strikte afspraak was dat een deel van het hiermee verdiende geld geïnvesteerd moest worden in molens voor de andere groepen. Vier molens moesten er  8 worden, en 8 moesten er 16 worden etc. 
De vrouwen hebben woord gehouden. Ze hebben nu zelf al 4 maïsmolens voor andere groepen terugverdiend.

De volgende groepen zien uit naar het moment dat hun cellule aan de beurt is..

Tekst:      

Selma Forotti

Datum:      

1 december 2005

Pagina:      

003-01