Home > Projecten en activiteiten > Pygmeeėn
Pygmeeėn


Enkele jaren geleden hebben we in het oerwoud rondom Mindourou leden van een Baka pygmeeėnstam ontmoet. In Kameroen noemt men hen kort ‘Baka’s.
De kennismaking met deze schuwe, vriendelijke bosbewoners is in de loop der jaren uitgegroeid tot vriendschap. Bij elk verblijf in Kameroen bezoeken we hen. Het is niet mogelijk om de Baka vooraf te waarschuwen dat we komen. Data en dagaanduidingen zeggen hen niets. Omdat pygmeeėn door het oerwoud trekken en steeds nieuwe nederzettingen bouwen is het elke keer weer spannend of we hen wel kunnen vinden.

                   

Deze bosbewoners reageren op geluiden in de natuur. Ze luisteren naar waarschuwingssignalen van dieren, in het bijzonder geluiden van vogels. Zo weten de pygmeeėn dat er vreemden in aantocht zijn en op de een of andere wijze - alsof ze uit het niets tevoorschijn komen -  staan ze plotseling voor ons. Hun blijdschap dat we er weer zijn is aandoenlijk.
Ze begeleiden ons naar hun nieuwe verblijfplaats waar gemiddeld acht tot tien mongulu's (pygmeeėnhutten) staan. De tocht door het bos - altijd urenlang - blijft voor ons een indrukwekkende belevenis. Via een doolhof van zeer smalle paadjes, die alleen de pygmeeėn blijken te kennen, volgen we hen tussen laaghangende lianen en wonderlijke planten. We klimmen over dikke omgevallen boomstammen; steken glibberige riviertjes over en als een colonne agressieve bosmieren ons pad kruist weten we inmiddels wat we moeten doen. Van de pygmeeėn  weten we ook hoe we ons moeten verhouden bij de spontane ontmoeting met een slang. 

Het is gewoonte geworden dat we bij de pygmeeėn in het bos overnachten. Ze bouwen speciaal voor ons een mongulu. Hiervoor gebruiken ze vers gesneden buigzame takken die ze aan weerszijde in de grond steken zodat een halve boog gevormd wordt. Er worden enkele halve bogen achter elkaar geplaatst, een soort open tunnel. Dwars hierdoor worden lianen gevlochten en er ontstaat een stevige constructie. Aan de voorzijde komt een ronde ingang.
De stelen van grote bladeren worden ingekerfd en vastgeklemd aan de gebogen takken. De hele constructie wordt met bladeren bedekt en nadat de mongulu klaar is kun je het vergelijken met een koepelvormige tent, gemaakt van takken en bladeren.

We slapen op de grond op een laag varens. Volgens de pygmeeėn verdrijven varens insecten en boze geesten. Het mag toeval zijn, maar elke keer als we in het oerwoud slapen is het vrijwel onbewolkt en volle maan.

’s Nachts lijkt het alsof het woud zich als een ronde, beschermende wand om ons heen sluit. De rest van de wereld is heel ver weg. Alleen het licht van de maan en de sterren. Wij noemen de mongulu dan "ons duizend sterren hotel".
Het voelt precies zoals Louis Sarno het omschrijft in zijn boek Bayaka: 
"Stay in de forest long enough and the whole rest of the world will start to fade away".

‘s Avonds zitten we met de Baka’s rondom het kampvuur. Omdat wij er zijn komen ook andere pygmeeėn uit het bos. Ze dansen, zingen en drummen op holle boomstammen.
De muziek van de pygmeeėn is met geen andere te vergelijken.
Het zijn verhalende liederen die van generatie op generatie doorgegeven worden en (nog) niet aangetast zijn door andere culturen. De stemmen van de  pygmeeėnvrouwen zijn indrukwekkend. Dankzij onze begeleiders Pierrette en Joseph, die de taal van de pygmeeėn spreken, krijgen we uitleg op onze vragen.

         


Veel Baka kinderen gaan voortaan naar school. Daarom is een deel van de pygmeeėnpopulatie dichter naar het dorp verhuisd. De kinderen hoeven dan nog maar 2 uur te lopen.
Volgens hun onderwijzer zijn het leergierige, intelligente kinderen.

Eeuwenlang zijn pygmeeėn in staat geweest om ziektes met kruiden en wilde planten uit het bos te genezen. Op vele plaatsen in Kameroen wordt hun leefgebied door ontbossing onherstelbaar verwoest en ze vinden ook steeds minder ‘natuurvoedsel’. Baka zijn jagers en vissers.
Zij doden wilde dieren alleen voor eigen consumptie en doen dit selectief en met beleid.
Zo hebben ze het geleerd van hun voorvaderen en zo geven ze het door aan hun kinderen.

Houtexploitanten uit vele landen graven met alles verwoestende machines wegen door het oerwoud. Jagers en stropers kunnen via diezelfde wegen dieper het woud indringen met hun jeeps en motoren.
Er wordt op commerciėle wijze gejaagd en gedood waarbij jonge of drachtige dieren niet gespaard worden. Veel dieren vluchten uit angst voor het niet aflatende gedreun van zware machines en de kettingzagen van de houtexploitanten. Gorilla’s en chimpansees dreigen uit te sterven.
Deze  mensapenpopulaties worden jaarlijks kleiner en men vreest dat de dieren al over 10 jaar niet meer voorkomen in het wild.

Doordat er steeds minder wilde dieren zijn, veranderen ook de eetgewoontes van de pygmeeėn.
Van rauw vlees, planten en vruchten zijn ze overgestapt op vlees van gecultiveerde dieren met als basisvoedsel maļs en maniok. Ze eten eenzijdig en krijgen last van hun ingewanden.
Door contact met de buitenwereld en het gewijzigde voedselpatroon krijgen ze ook andere ziektes waar ze zich geen raad mee weten. Vooral baby’s zijn kwetsbaar. Elke keer als we komen horen we dat kinderen gestorven zijn. Dat is niet alleen heel verdrietig maar volgens ons ook niet nodig. 
We zijn ons met vakmensen in Kameroen aan het beraden hoe we hier hulp kunnen bieden.
Er moet uitgezocht worden waaraan de kinderen sterven. 
Alle kinderen zouden in ieder geval regelmatig onderzocht en ingeėnt moeten worden. 

Omdat de pygmeeėn geen geboorteakte hebben krijgen ze ook geen identiteitspapieren.
‘Officieel’ bestaan ze eigenlijk niet, hoe raar dit ook klinkt.
Zonder identiteitspapieren kun je niet reizen (de wegcontroles zijn scherp) en kun je bijvoorbeeld  ook niet studeren, mocht die kans zich ooit aandienen.

Ons werd een verhaal verteld van een pygmeejongen die dankzij missionarissen de nodige identiteitspapieren kreeg, een studie volgde en nu een zeer belangrijke functie bij het ministerie bekleedt. Gedurende de week werkt hij in een keurig pak in de hoofdstad. In het weekend bezoekt hij zijn familie en nog voordat hij in het bos verdwijnt, trekt hij zijn nette kleren uit en is weer helemaal pygmee.

We hebben een ziekenhuis bezocht waar pygmeeėn verpleegd worden.
Er staan bedden in de kamer, maar de pygmeeėn gaan naast het bed op de grond liggen.

Helaas zijn de meeste pygmeeėn analfabeet en niet opgewassen tegen de wereld om hen heen.
Ze hebben geen verweer en er wordt misbruik van hen gemaakt. Sommige pygmeeėn worden door mensen uit het dorp gevraagd om te komen helpen bij werkzaamheden op het land.
Voor een hele dag zwaar werk ontvangen ze dan bijvoorbeeld een pakje sigaretten. Dit accepteren ze omdat ze geen notie van geld hebben.

De Baka’s hebben een zeer speciale plaats in ons hart.
Wij proberen hen te helpen zonder daarbij hun cultuur aan te tasten.

Anny Bennenbroek, Nettie Hendrikx, Wilma Michielsen en Selma Forotti verblijven in januari 2006 in Kameroen. Wij zijn door ADEFKA Kameroen uitgenodigd om een nieuwe Adefkagroep in het dorp aan de rand van het oerwoud te installeren.
Inmiddels zijn pygmeeėnvrouwen benaderd om hierbij aanwezig te zijn zodat alle vrouwen elkaar ontmoeten, elkaar kunnen ondersteunen en elkaar kunnen helpen.

Tekst:      

Selma Forotti

Datum:      

1 december 2005

Pagina:      

007-01